Een flexibel indeelbare woning is altijd naar wens

Een woning die je makkelijk aanpast aan jouw wensen, zonder je halve huis te moeten slopen? Dat kan bij een flexibel indeelbare woning. Dankzij de drie principes industrieel, flexibel en demontabel kun je bijvoorbeeld gemakkelijk de indeling veranderen, een nieuwe keuken plaatsen of een vloer vervangen.

Een huis als een Lego-bouwwerk

Krijg je kinderen of gaan ze juist uit huis? Wil je een eengezinswoning veranderen in een studentenhuis? Moet je huis geschikt worden gemaakt voor je oude dag? Of wil je de keuken op een andere plek in het huis? Dit soort aanpassingen zijn doorgaans ingewikkeld, duur én een hoop gedoe.

 

Het concept van flexibel indeelbare woningen speelt hierop in: als een soort Lego-stenen kun je bouwcomponenten bevestigen en weer verwijderen. In de bouwwereld worden hiervoor ook wel de termen IFD (industrieel, flexibel en demontabel) en modulair bouwen gebruikt.

Simpel idee, grote voordelen

Het idee achter flexibel indeelbare woningen is simpel: zorg dat je alle bouwcomponenten makkelijk kunt bevestigen en weer loskoppelen. Daarvoor moet er een scheiding zijn tussen de hoofdconstructie en variabele onderdelen zoals binnenwanden, vloeren, keuken, badkamer en wc. Daarbij dient voldoende ruimte te worden gecreëerd voor toekomstige installaties en apparaten. Bijvoorbeeld door het aanleggen van veel aansluitpunten en loze leidingen (oftewel kunststof buizen waar later kabels doorheen getrokken kunnen worden).

 

Deze manier van bouwen heeft een aantal grote voordelen:

  • Zowel huidige als toekomstige bewoners kunnen hun woning op maat maken.
  • Bouwen is monteren: door het toepassen van prefab kan er veel sneller worden gebouwd en verbouwd.
  • Bouwmaterialen kunnen makkelijk worden verwijderd en hergebruikt.
  • Huizen gaan langer mee omdat je onderdelen met een kortere levensduur eenvoudig kunt vervangen.
  • Lagere CO2-uitstoot omdat er minder transportbewegingen nodig zijn: modules worden in een fabriek geproduceerd in plaats van handmatig op de bouwplaats.

De drie principes: industrieel, flexibel, demontabel

Het eerste vereiste voor flexibel indeelbare woningen is industriële productie: bouwcomponenten worden zoveel geprefabriceerd in een fabriek. Dat is niet alleen efficiënt; de onderdelen zijn ook van hoge kwaliteit omdat ze onder ideale (fabrieks)omstandigheden zijn geproduceerd.

 

De tweede eis is flexibiliteit. Of het nu gaat om het aanpassen van de inrichting of het groter of kleiner maken van de woning: verbouwen wordt vooral verplaatsen van bouwcomponenten.

 

Tot slot moet alles demontabel zijn: slopen wordt loskoppelen. Vloeren, muren en kozijnen, maar ook technische installaties zoals cv-ketels, radiatoren en sanitaire toestellen moeten makkelijk te demonteren zijn.

Simpele ingrepen

Wil je all the way gaan met een flexibel indeelbare woning? Dan heeft dat behoorlijk wat om handen. En vanzelfsprekend kan het alleen bij nieuwbouw. Met enkele relatief simpele ingrepen kun je bij een verbouwing ook flexibiliteit inbouwen. Bij een aanbouw kun je er bijvoorbeeld op anticiperen dat de ruimte ooit als slaapkamer met kleine badkamer gebruikt gaat worden door alvast leidingen aan te laten leggen. Tip: informeer bij je aannemer welke slimme aanpassingen jullie kunnen realiseren om de verbouwing toekomstbestendig te maken.

Uitdagingen

Op papier schittert het idee van flexibel indeelbare woningen door eenvoud, in de praktijk zijn er nog wat uitdagingen te overwinnen. Allereerst omdat de industrie nog niet zoveel kant-en-klare inbouwcomponenten heeft. Daarnaast is nog niet alles gestandaardiseerd in de bouw en zou een centrale database met informatie over de compatibiliteit van inbouwcomponenten en dragers handig zijn.

Voorbeelden van flexibel indeelbare woningen

Grachtenpanden zijn eigenlijk flexibel indeelbare woningen avant la lettre: dankzij de balklagen is de indeling met geringe moeite te wijzigen. Her en der in Nederland vind je wat gebouwen die volgens het IFD-principe zijn gebouwd. Zo staat in het Gelderse Buren een appartementencomplex van vier verdiepingen met een houten skelet, terwijl houtskeletbouw in Nederland bijna uitsluitend voor laagbouw wordt gebruikt. De indeling is hierdoor gemakkelijk aan te passen, zodat het gebouw later relatief eenvoudig een nieuwe bestemming kan krijgen.

 

Interessant is ook het concept CRUX HOUSE van het bureau Flexgoed Ontwikkeling. Zo’n gebouw kan flexibel worden ingericht: zonder aanpassingen van de gevel zijn er 9 indelingsvarianten mogelijk.